Creatieve sector in Den Haag groeit

Aantal banen stijgt met 15 procent

De creatieve sector in Den Haag zit in de lift. Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel blijkt dat de werkgelegenheid in deze sector substantieel stijgt. Van 2005 tot en met 2010 is de werkgelegenheid in de creatieve sector in Den Haag met 15% gestegen: van 15.856 banen naar 18.114 banen. Ook het aantal startende creatieve ondernemers - grafische vormgevers, architecten, modeontwerpers, meubelmakers, fotografen, tekstschrijvers- stijgt gestaag. Wethouder Marjolein de Jong (Cultuur, Binnenstad, Internationaal): “Het is geweldig nieuws dat het aantal banen in de creatieve sector in Den Haag, ondanks de economische crisis, stijgt. Een gezonde creatieve sector is heel belangrijk voor de stedelijke economie. Het beleid van de gemeente om de creatieve sector te faciliteren en te stimuleren werpt nu duidelijk resultaten af. Den Haag wordt – terecht - steeds meer gezien als een stad waar creatief ondernemen de ruimte krijgt.”

Programma Creatieve Stad
In 2005 is Den Haag met het programma Creatieve Stad gestart om de creatieve sector te versterken en vergroten. Zo worden er beurzen uitgereikt aan net afgestudeerden en stimuleringssubsidies aan startende ondernemers. Daarnaast worden bedrijfsverzamelgebouwen aangeboden zoals de Caballero Fabriek, LabS55 en Bink36. Ondernemers uit de creatieve sector wordt gevraagd om als ambassadeur van de Creatieve Stad op te treden. Het programma heeft bovendien aan bijzondere evenementen bijgedragen, zoals het mode-evenement ‘Résidence de la Mode’ dat twee keer in Den Haag heeft plaatsgevonden. Ook waren er evenementen in het buitenland, zoals het Haagse programma met workshops en lezingen (‘Don’t Believe the Type’) voor ruim 350 Chinese ontwerpers tijdens de WorldExpo in Shanghai en de presentatie van Haagse ontwerpers en de Koninklijke Academie op de Salone Internazionale del Mobile in Milaan. Voor het programma Creatieve Stad is in de periode 2010 t/m 2012 € 3,5 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag wordt 40% door de Europese Unie betaald en 60% door de gemeente Den Haag.