Het anti-kraakbeleid van het Openbaar Ministerie (OM) staat niet op losse schroeven na de uitspraak van de voorzieningenrechter van Utrecht vorige week in het kort geding tegen de ontruiming van een kraakpand aan de Franz Schuberstraat. Dat stelt vastgoedadvocaat Anique Kemp van het Amsterdamse advocatenkantoor Boekel De Nerée in een reactie op een ANP-bericht over de zaak. Dit bericht werd op 3 maart ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief van Vastgoedmarkt.
In het bericht stond onder meer dat door de betreffende uitspraak de beleidsnotitie waarmee het OM het kraakverbod probeerde te repareren, naar de prullenbak is verwezen. ‘Dit is de derde zaak die over het kraakverbod gevoerd is, en de derde die door de krakers gewonnen is,’ zei een van de door het persbureau geciteerde krakers. Verder werd gesteld dat het kraakverbod van 1 oktober 2010 niet waterdicht blijkt. Al op 8 november 2010 oordeelde het gerechtshof in Den Haag in een zaak dat er altijd een rechterlijke toets vooraf mogelijk moet zijn, aldus het ANP-bericht.
Vastgoedadvocaat Kemp wijst er echter op dat de Utrechtse voorzieningenrechter in de uitspraak juist overweegt dat er naar vaste rechtspraak voldoende rechtsbescherming aan krakers wordt geboden wanneer een voorzieningenrechter in een civielrechtelijke procedure een uitspraak heeft kunnen doen over de rechtmatigheid van de (strafrechtelijke) ontruiming.
Het huidige beleid van het OM biedt hiervoor in beginsel voldoende ruimte nu ontruimingen in de regel minimaal een week van tevoren schriftelijk worden aangekondigd, meent Kemp. De ontruiming in Utrecht strandde dan ook om een andere reden: de officier van justitie heeft volgens de voorzieningenrechter nagelaten om een gedegen feitenonderzoek te doen naar de (on)rechtmatigheid van het verblijf in het pand door de krakers.
Kemp wijst er daarbij op dat de voorzieningenrechter in Assen in een recente uitspraak in een soortgelijke zaak expliciet overweegt dat het door het OM gevoerde beleid de lacune in de wetgeving voldoende opheft ‘nu door de inwerkingtreding van het beleid van het Openbaar Ministerie de ontruiming op een zodanige termijn wordt aangekondigd, dat er voldoende gelegenheid is om een kort geding aanhangig te maken.'
Kemp komt dan ook tot de conclusie dat het huidige beleid van het OM ten aanzien van kraken volgens de lagere rechtspraak niet op losse schroeven staat, maar juist als reparatie voor de leemte in de wetgeving lijkt te worden aanvaard.